De achterdeur van de Rolls-Royce stond open. De regen kletterde nog steeds op de grond, maar het leek alsof de wereld om mij heen plotseling stil was gevallen.
“Veertien komma twee miljard dollar?” herhaalde ik zacht.
Adrien knikte.
“Ik begrijp dat dit moeilijk te geloven is. Daarom heb ik documenten bij me.”
Hij overhandigde een waterdichte map. Binnenin zaten geboorteakten, familiefoto’s en officiële papieren. Op een vergeelde foto zag ik een jonge vrouw die sprekend op mij leek. Mijn moeder.
Naast haar stond een man die ik onmiddellijk herkende van oude tijdschriftcovers die ik ooit in wachtkamers had gezien: Arthur Sterling.
Mijn handen begonnen te trillen.
“Dit is echt…”
“Ja,” zei Adrien. “Uw moeder verbrak jaren geleden alle banden met haar familie nadat ze verliefd werd op uw vader. Na hun overlijden hebben enkele vertrouwelingen ervoor gezorgd dat uw identiteit verborgen bleef. Uw grootvader hield u jarenlang op afstand om u te beschermen.”
Ik wist niet wat ik moest zeggen.
Een uur geleden had ik niets.