Drie dagen later kwamen ze eerder terug.
Niet omdat ze dat wilden.
Omdat ze geen keuze meer hadden.
Het was een regenachtige donderdagmiddag toen ik het geluid van een taxi op de oprijlaan hoorde. Ik zat in de bibliotheek van het huis, een kop thee naast me en een stapel documenten op tafel.
Voor het eerst in jaren voelde het huis rustig.
Geen verwijten.
Geen eisen.
Geen passief-agressieve opmerkingen van Solange.
Geen eindeloze discussies over geld dat nooit van hen was geweest.
Ik hoorde de voordeur met kracht openslaan.
“Camille!”
Guillaumes stem galmde door de hal.
Ik keek niet eens op van mijn dossier.
Een paar seconden later verscheen hij in de deuropening.
Zijn gezicht was rood van woede.
Zijn jas hing open.
Zijn haar zat door elkaar.
Achter hem stonden Solange, haar man Bernard en Julie.
Geen van hen zag er nog ontspannen uit.
De vakantieglimlach was verdwenen.
“Wat heb jij gedaan?” riep Guillaume.
Ik sloot rustig het dossier.
“Goedemiddag.”
“Speel geen spelletjes!”
Hij gooide een stapel papieren op tafel.
Ik herkende ze onmiddellijk.
Bankmeldingen.
Geblokkeerde transacties.
Kennisgevingen.
Onderzoeksrapporten.
“Ze hebben al onze kaarten geblokkeerd!”
Ik knikte.
“Ja.”
“Het hotel heeft onze reservering geannuleerd.”
“Dat klopt.”
“De verhuurmaatschappij heeft de wagen teruggevorderd.”