De agenten arriveerden binnen enkele minuten. Voor mij voelde het als een eeuwigheid.
Terwijl Sophie zich stevig aan mijn arm vasthield, stapten twee politieagenten de woonkamer binnen. Ze bekeken de situatie zorgvuldig en vroegen iedereen rustig om apart hun verhaal te vertellen.
Patricia bleef volhouden dat er sprake was van een misverstand.
“Ik wilde alleen mijn kleindochter beschermen,” zei ze. “Ze was overstuur en ik probeerde haar te kalmeren.”
Maar Sophie vertelde iets heel anders.
Met een zachte stem legde ze uit dat haar grootmoeder haar had gevraagd haar jas aan te trekken omdat ze “op reis gingen”. Toen Sophie had gezegd dat ze eerst haar vader wilde vragen, had Patricia haar pols vastgepakt en haar mond bedekt zodat ze niet kon roepen.
Een van de agenten noteerde alles zorgvuldig.
De andere inspecteerde de tas die op tafel lag. De documenten waren netjes geordend in plastic mapjes: Sophies geboorteakte, haar identiteitsgegevens, een kopie van de overlijdensakte van mijn vrouw Emma en meerdere formulieren over voogdij.
“Van wie zijn deze documenten?” vroeg de agent.
“Van mij,” antwoordde Patricia aarzelend. “Ik wilde alleen voorbereid zijn.”