Mijn vingers trilden terwijl ik naar de envelop keek.
Het was onmiskenbaar Theresa’s handschrift.
Ik had haar tientallen verjaardagskaartjes zien schrijven voor familieleden en vrienden. Die elegante, zorgvuldig gevormde letters herkende ik onmiddellijk.
“Wat bedoelt u met: ‘Ze wist dat dit van mij was’?” vroeg ik.
De advocaat glimlachte vriendelijk.
“Dat staat allemaal in de brief.”
Meer wilde hij niet zeggen.
Hij schudde mijn hand, wenste me sterkte en liep weg tussen de andere gasten.
Een paar minuten bleef ik op de parkeerplaats staan.
De wind bewoog zacht door de bomen rond de begraafplaats.
Voor het eerst in acht jaar zou er geen zaterdagse thee meer zijn.
Geen verhalen.
Geen gelach.
Geen Theresa.
Met een zwaar gevoel stapte ik in mijn auto en reed naar huis.
Pas toen ik aan mijn keukentafel zat, durfde ik de envelop open te maken.
Binnenin zat een brief.
En nog iets anders.
Een oude sleutel.
Verbaasd legde ik de sleutel op tafel en begon te lezen.
Lieve Daniel,
Als je deze brief leest, ben ik er niet meer. Dat klinkt verdrietiger dan het is. Ik heb een mooi leven gehad, veel liefde gekend en meer geluk ontvangen dan ik ooit had durven hopen.
Maar er is iets dat ik je al jaren wilde vertellen.
Toen ik hier acht jaar geleden kwam wonen, was ik bang. Veel banger dan ik ooit heb toegegeven.
Mijn man was overleden. Mijn kinderen woonden ver weg. Ik kende niemand in deze buurt.
Ik dacht dat ik mijn laatste jaren in stilte en eenzaamheid zou doorbrengen.
Toen kwam jij met die grasmaaier.
Ik moest even stoppen met lezen.
Mijn ogen werden vochtig.
Na een paar seconden vervolgde ik.
Jij dacht waarschijnlijk dat je alleen mijn gazon maaide. Maar je gaf mij veel meer dan dat.
Je gaf mij iets om elke week naar uit te kijken.
Je gaf mij gezelschap zonder medelijden.
Je behandelde mij niet als een oude vrouw die hulp nodig had. Je behandelde mij als een vriend.
Dat geschenk is meer waard dan je ooit zult begrijpen.
Ik slikte.