Verhaal 2026 21 171

Een ijzige stilte vulde de gang.

De woorden van de vreemdeling bleven in mijn hoofd rondzingen.

“Je had niet zo snel terug moeten komen.”

Niet: “Wie ben jij?”

Niet: “Wat doe jij hier?”

Hij sprak alsof mijn terugkeer zijn plannen had verstoord.

Alsof hij wist wanneer ik thuiskwam.

Alsof hij al maanden op die informatie vertrouwde.

Ik zette mijn tas langzaam neer.

“Wie ben je?”

De man zette zijn mok op het dressoir.

Hij bleef opmerkelijk kalm.

“Dat is niet de juiste vraag.”

“Dan stel ik hem toch.”

Hij zuchtte.

Alsof ik degene was die moeilijk deed.

“Mijn naam is Nathan.”

Meer zei hij niet.

“Nathan wie?”

“Gewoon Nathan.”

Achter mij stond Harold nog steeds in de deuropening.

Mevrouw Lopez had inmiddels haar telefoon in haar hand.

Niet om iemand te bellen.

Maar duidelijk voor het geval de situatie zou escaleren.

Ik keek naar Nathan.

“Hoe ben je binnengekomen?”

Zijn blik gleed door de woonkamer.

“Met een sleutel.”

Mijn hart sloeg een slag over.

“Welke sleutel?”

Hij aarzelde.

Voor het eerst.

“Die heb ik gekregen.”

“Van wie?”

Hij antwoordde niet.

Dat was genoeg.

Iemand had hem toegang gegeven.

Iemand die wist dat ik maanden weg zou zijn.

Iemand die wist dat het appartement leeg stond.

Ik pakte mijn telefoon.

“Nathan, ik ga nu de politie bellen.”

Tot mijn verbazing knikte hij.

“Dat begrijp ik.”

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment