Mijn handen trilden terwijl ik het versleten stoffen speeltje openknipte.
De hond zat nog steeds bij de achterdeur.
Rustig.
Afwachtend.
Alsof hij precies wist wat ik ging vinden.
Toen de stof openscheurde, viel er iets kleins op het aanrecht.
Geen geld.
Geen juweel.
Maar een metalen kokertje.
Mijn adem stokte.
Voorzichtig draaide ik het dopje los.
Binnenin zat een strak opgerold papiertje.
Ik vouwde het open.
Er stond slechts één zin op.
“Voor Ethan. Van je vriend Max.”
Ik staarde naar de woorden.
Max.
Die naam kende ik.
Heel goed zelfs.
Max was de golden retriever van de familie Thompson.
Ze hadden enkele jaren verderop gewoond voordat ze verhuisden.
Toen Ethan ziek werd, was Max nog een jonge hond.
Tijdens de moeilijkste maanden bracht de familie Thompson hem regelmatig mee op bezoek.
Ethan was dol op hem.
Ze speelden samen in de tuin.
Keken samen televisie.
En op slechte dagen lag Max urenlang naast zijn bed zonder te bewegen.
Toen Ethan overleed, verhuisden de Thompsons enkele maanden later naar een andere provincie.
Ik had sindsdien niets meer van hen gehoord.
Maar deze hond…
Deze hond was Max.
Ouder.
Magerder.