Popoy stond daar, zijn kleine lichaam trillend – niet van kou, maar van overweldigende emotie. Zijn vingers bleven om het rode fluwelen doosje geklemd alsof het elk moment kon verdwijnen.
“Gratis?” fluisterde hij. “Maar… ik heb ervoor gewerkt.”
Mevrouw Carla knielde neer zodat ze op ooghoogte met hem was. In de weerspiegeling van de vitrines zag ze haar eigen gezicht – strak, professioneel, gewend aan cijfers en transacties. Maar nu zag ze iets anders: menselijkheid.
“Je hebt al betaald,” zei ze zacht. “Met je liefde voor je moeder.”
De winkel was muisstil. Een vrouw met een parelketting veegde een traan van haar wang. Een man in pak keek naar de munten op de toonbank alsof hij ze voor het eerst écht zag.
Popoy keek naar de hoop geld.
“Ik wil het niet cadeau,” zei hij vastberaden. “Ik wil het eerlijk doen.”
Mevrouw Carla glimlachte voorzichtig. “Dan doen we het eerlijk.”
Ze stond op en keek naar de kassière. “Tel het geld.”
De kassière knikte en begon de munten zorgvuldig te ordenen. Het duurde even. Het gerinkel van metaal tegen glas vulde de ruimte.
“Vijfduizend tweehonderdvijftig peso,” zei ze uiteindelijk zacht.
Precies wat Popoy had gezegd.
Mevrouw Carla draaide zich naar de jongen. “De ketting kost officieel vijfduizend. De extra tweehonderdvijftig… die beschouwen we als spaargeld voor jou.”
Popoy fronste. “Spaargeld?”