HISTOUR 2026 13 6

Ik voelde hoe de kamer kleiner werd, alsof de muren dichter naar me toe kropen. Mijn ademhaling werd oppervlakkig. Charles bleef in de deuropening staan, zijn schouders gebogen, alsof hij elk moment kon bezwijken onder een onzichtbaar gewicht.

“Zeg het,” fluisterde ik. “Wat bedoel je?”

Hij slikte. “Ik was die avond bij hem. Niet in de auto… maar vlak daarvoor. We hadden ruzie.”

De woorden hingen zwaar tussen ons in.

“Ruzie?” herhaalde ik, mijn stem dun als papier.

Charles knikte langzaam. “Conan en ik spraken af in het café. Hij was boos. Niet op jou… op mij. We hadden een meningsverschil over geld. Een investering waar ik hem in had meegetrokken. Het ging slecht. Hij voelde zich verraden.”

Ik probeerde me die avond te herinneren. Conan was later thuis dan gepland. Hij rook naar regen en sigarettenrook. Hij had nauwelijks gesproken.

“Wat voor investering?” vroeg ik.

Charles sloot even zijn ogen. “Een klein bouwproject. Ik had beloofd dat het veilig was. Dat het ons beiden iets zou opleveren voor onze oude dag. Maar het mislukte. We verloren bijna alles wat hij erin had gestopt.”

Mijn maag draaide zich om. “Waarom wist ik dit niet?”

“Omdat hij je wilde beschermen,” zei Charles zacht. “Hij zei dat je al genoeg zorgen had.”

Tranen brandden achter mijn ogen. Dat klonk als Conan. Altijd beschermend. Altijd zwijgend over zijn eigen lasten.

“Maar wat heeft dat met het ongeluk te maken?” vroeg ik.

Charles keek eindelijk op. Zijn ogen waren rood, vol schaamte. “Na onze ruzie liep hij boos weg. Ik zag dat hij had gedronken. Niet extreem veel, maar genoeg om niet helder te denken. Ik had hem moeten tegenhouden. Ik had zijn autosleutels moeten afpakken. In plaats daarvan… liet ik hem gaan.”

Mijn hart sloeg een slag over.

“De bestuurder die hem aanreed was dronken,” zei ik langzaam.

“Ja,” fluisterde Charles. “Maar Conan had ook niet achter het stuur mogen zitten. Ik weet niet of het iets had veranderd. Misschien niet. Maar als ik hem had tegengehouden… als ik had gezegd dat hij moest blijven… dan was hij misschien nog hier geweest.”

Ik zakte neer op de rand van het bed. Dit was niet de bekentenis die ik had gevreesd, maar het voelde toch als een breuk in de grond onder mijn voeten.

“Je zegt dat je hem niet hebt gedwongen om te rijden,” zei ik.

“Nee.”

“Je zat niet in die auto.”

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment