Toen ik langzaam mijn ogen opendeed, voelde ik eerst alleen pijn en duizeligheid. Het was alsof mijn lichaam opnieuw moest leren bestaan. Mijn handen waren klein, bleek, maar stevig. Drie wiegende babylichaampjes naast me trokken mijn aandacht. Mijn hart oversloeg een klop toen ik hun zachte adem hoorde. Drie levens die ik in één moment had beschermd, maar bijna had verloren.
De verpleegster die naast mijn bed stond, keek me met zachte ogen aan. “Mevrouw Holloway… u bent wakker,” zei ze, maar er was iets in haar stem dat me koud liet rillen. “Er is iets dat u moet weten.”
Mijn gedachten draaiden in cirkels. Grant. Mijn man. Mijn echtgenoot… of in ieder geval degene die dat nog zou moeten zijn. “Waar is hij?” vroeg ik zwak.
De verpleegster slikte. “Hij… is hier niet. En ik moet eerlijk zijn, mevrouw… hij heeft de scheidingspapieren ondertekend.”
De woorden vielen als een klap. Mijn hart begon sneller te kloppen, niet door de adrenaline van mijn herstel, maar van pure woede en ongeloof. “Wat?” fluisterde ik.
Ze knikte. “Uw verzekering is ingetrokken. Uw naam staat niet langer als primaire contactpersoon voor uw eigen kinderen geregistreerd. Hij… hij wilde dit.”
Ik voelde mijn lichaam trillen. De angst voor de baby’s, het gevoel van verlating en verraad, maar ook een vreemde, scherpe helderheid die mijn geest binnendrong. Grant dacht dat hij slim was. Hij dacht dat hij alles kon controleren. Maar hij begreep niet dat ik… voorbereid was.
Tijdens mijn zwangerschap, nog voor deze tragedie, had ik stilletjes een testament en meerdere beschermingsclausules opgesteld. Dankzij een anonieme jurist en een zorgvuldig opgebouwde trust hadden mijn handtekeningen een reeks automatische gebeurtenissen geactiveerd op het moment dat Grant een poging deed om me volledig te wissen.