HISTOUR 2026 18 5

Geen pijn.

Alleen… helderheid.

“Hij is zijn baan kwijtgeraakt,” zei ik tegen mijn moeder. “Of bijna. Zijn nieuwe bedrijf draait slecht. En zij klinkt alsof ze er al genoeg van heeft.”

Mijn moeder zuchtte zacht. “En wat voel jij daarbij?”

Ik dacht even na.

“Ik voel… niets meer voor hem.”

En dat was misschien wel het grootste bewijs van genezing.

Vier jaar geleden had ik met drie kinderen en twee koffers in een klein huurappartement gezeten. Ik had gesolliciteerd terwijl mijn jongste nog baby was. Ik had ’s nachts gehuild in stilte zodat de kinderen het niet hoorden.

Mark had in het begin nog beloofd alimentatie te betalen. Dat gebeurde een paar maanden. Daarna werd het stil.

Geen verjaardagskaartjes meer.

Geen telefoontjes.

Alleen af en toe een kort bericht: “Druk. Spreek ze later.”

Later kwam nooit.

Ik leerde hoe ik een kraan moest repareren. Hoe ik mijn budget moest rekken. Hoe ik mezelf weer in de spiegel kon aankijken zonder zijn woorden te horen.

En nu, vier jaar later, had ik een vaste baan. Een kleine maar gezellige woning. Kinderen die lachten.

Ik was niet perfect.

Maar ik was sterk.

“Ga naar huis,” zei mijn moeder zacht. “Omhels je kinderen. Dat is wat telt.”

Ze had gelijk.

Maar voordat ik de winkel uitliep, keek ik nog één keer om.

Mark zag me toen.

Onze blikken kruisten elkaar.

Zijn ogen werden groot.

Vanessa draaide zich om en volgde zijn blik.

Ik zag herkenning. En iets anders.

Onzekerheid.

Ik draaide me niet weg.

Ik liep recht op hen af.

“Laura,” zei Mark schor. “Dat is lang geleden.”

“Vier jaar,” antwoordde ik kalm.

Vanessa zei niets. Ze bekeek me van top tot teen, maar niet met de arrogantie van vroeger. Eerder onderzoekend.

“Hoe gaat het met de kinderen?” vroeg Mark.

Ik keek hem aan.

“Ze groeien,” zei ik. “Ze doen het goed op school. Ze voetballen, ze dansen, ze lachen.”

Hij knikte, ongemakkelijk.

“Ik heb… ik heb het druk gehad,” mompelde hij.

“Ik weet het,” zei ik. “Dat merkte ik.”

Er viel een stilte.

Vanessa verbrak die. “We moeten gaan, Mark.”

Er zat irritatie in haar stem.

Mark keek naar haar, toen weer naar mij.

“Laura,” begon hij, “misschien kunnen we… bijpraten? Een keer koffie?”

Vier jaar geleden had die vraag mijn hart sneller doen slaan.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment