“Het spijt me,” zei ze plotseling, en nu keek ze me recht aan. “Niet omdat het moeilijk is geworden. Maar omdat ik jullie heb verlaten. De kinderen… ik heb hun eerste schooldag gemist. Hun verjaardagen. Hun eerste zwemles. Ik kan dat nooit meer terugkrijgen.”
Mijn borst voelde zwaar, maar niet van woede.
“Ze vragen nog wel eens naar je,” zei ik eerlijk. “Vooral in het begin.”
Haar ogen vulden zich opnieuw met tranen. “Wat zeg je dan?”
“Dat mama tijd nodig had om dingen uit te zoeken.”
Ze begon zacht te huilen. Niet dramatisch. Niet luid. Gewoon stil verdriet.
Ik dacht aan de eerste maanden zonder haar. Hoe onze tweeling ’s nachts om haar riep. Hoe ik in de keuken stond met twee huilende peuters en geen idee had hoe ik alles moest combineren. Hoe ik mezelf had beloofd dat, wat er ook gebeurde, ik niet zou weggaan.
“Waarom ben je echt weggegaan, Anna?” vroeg ik na een tijdje.
Ze aarzelde.
“Omdat ik mezelf kwijt was,” zei ze. “Ik had altijd gedacht dat ik sterk was. Maar toen alles instortte, voelde ik me nutteloos. Ik schaamde me voor de angst die ik voelde. In plaats van die angst onder ogen te zien, koos ik de gemakkelijkste uitweg.”
“Dat was niet gemakkelijk voor ons,” zei ik rustig.
“Ik weet het.”
Ze haalde diep adem. “Hoe gaat het met jullie?”
Die vraag verraste me bijna.
“Goed,” antwoordde ik. “Ik heb een vaste baan in de IT. We zijn verhuisd naar een groter appartement. De kinderen zitten op voetbal en dansles. Ze lachen veel.”
Er verscheen een zwakke glimlach op haar gezicht. “Dat klinkt… stabiel.”
“Dat is het ook,” zei ik. “Maar het heeft tijd gekost.”
Ze knikte. “Heb je… iemand anders ontmoet?”
Ik schudde mijn hoofd. “Mijn focus lag op hen. En op mezelf.”
Ze keek naar haar lege koffiekopje. “Ik heb geen recht om iets te vragen. Maar denk je… dat ik ze ooit mag zien?”
Daar was het. De vraag die onvermijdelijk was.
Ik voelde hoe mijn beschermingsinstinct onmiddellijk opspeelde. Twee jaar stilte. Twee jaar geen telefoontjes. Geen verjaardagskaarten.
“Waarom nu?” vroeg ik.
“Omdat ik eindelijk begrijp wat ik heb verloren,” zei ze. “Niet het huis. Niet de zekerheid. Maar jullie.”