Ik hurkte neer bij de kist. Er zat een cijferslot op.
Mijn gedachten raceten. Een code. Wat zou Daniel kiezen?
Mijn blik viel op de doos die naast de kist stond. Ik had hem bijna niet opgemerkt. Een eenvoudige kartonnen doos met de naam van mijn zoon erop geschreven.
Ik slikte.
Voorzichtig opende ik die eerst.
Binnenin lagen documenten. Bankafschriften. Contractkopieën. En een kleine USB-stick.
Mijn zoon was pas tien. Wat had dit met hem te maken?
Ik pakte een van de papieren en voelde hoe mijn hart sneller begon te kloppen. Maandelijkse overschrijvingen. Grote bedragen. Naar een rekening die niet op onze naam stond.
En bij elke overschrijving stond als referentie: Onderhoud schuur.
Mijn hoofd tolde.
Dit ging niet over hout en spijkers.
Dit ging over geld.
Over geheimen.
Over iets dat al jaren gaande was.
Een plotseling geluid achter me deed me opschrikken. Een tak brak onder een voet.
Ik draaide me om.
Daar, aan de rand van de tuin, stond een man onder een zwarte paraplu.
Mijn adem stokte.
Hij stond stil. Zijn gezicht half verborgen in de schaduw. Maar ik herkende de manier waarop hij zijn hoofd iets schuin hield.
Precies zoals vroeger.
Hij bracht opnieuw een vinger naar zijn lippen.
Stilte.
Ik stond langzaam op.
“Daniel?” fluisterde ik.
Hij schudde nauwelijks merkbaar zijn hoofd. Niet ontkennend. Eerder waarschuwend.
Toen wees hij naar het huis.
Mijn maag draaide om.
Was er iemand binnen?
Was ik niet alleen in dit verhaal?
Voordat ik nog iets kon zeggen, draaide hij zich om en liep weg. Niet rennend. Niet haastig. Gewoon vastberaden.
Ik bleef achter, de envelop in mijn hand, de geopende doos naast me.
Mijn gedachten schoten in alle richtingen. Als Daniel leefde, dan was zijn dood een leugen. Maar wie had die leugen gecreëerd? En waarom?
Ik keek naar het huis. Alles leek normaal. De gordijnen bewogen zachtjes in de wind.
Toch voelde het alsof er iets was verschoven.
Alsof de begrafenis niet het einde was geweest, maar het begin.
Ik sloot de schuurdeur zonder de kist te openen. Nog niet.
Dit was groter dan een impulsieve beslissing.
Binnen zette ik de doos op tafel. Ik pakte de USB-stick en hield hem tegen het licht.
Wat er ook op stond, het zou antwoorden geven.
Of meer vragen.
Mijn telefoon trilde opnieuw.
Een nieuw bericht van hetzelfde onbekende nummer.
Je bent dichterbij dan je denkt. Maar haast je niet. Ze kijken mee.
Mijn hart bonsde in mijn keel.
Ze.
Wie waren “ze”?
Ik keek naar de ramen. Naar de straat. Naar de stille tuin.
De wereld zag er hetzelfde uit als gisteren.
Maar niets was nog hetzelfde.
Ik ging zitten, de USB-stick stevig in mijn hand geklemd.
Mijn man lag begraven.
Mijn zwager – zogenaamd dood – liep onder zwarte paraplu’s door.
En in mijn eigen achtertuin lag een kist die misschien de waarheid bevatte over alles wat ik dacht te weten.
Eén ding wist ik zeker:
Ik was niet langer alleen een weduwe die probeerde te rouwen.
Ik was iemand die in een verhaal was terechtgekomen dat zorgvuldig verborgen was gehouden.
En ik was vastbesloten om het einde zelf te schrijven.