Dat had geen specialist hem ooit laten zien.
“Hij kan dit al drie dagen,” zei Elena zacht. “Elke dag iets langer.”
Roberto knielde langzaam naast hen neer.
Hij durfde zijn zoon bijna niet aan te raken, bang dat het zou verdwijnen als een illusie.
“Waarom… waarom heeft niemand mij dit verteld?”
Elena antwoordde voorzichtig:
“Omdat vooruitgang in millimeters komt. En millimeters verkopen geen dure behandelingen.”
Hij keek haar aan.
Voor het eerst zag hij geen ‘goedkope kracht’ van een uitzendbureau.
Maar een jonge vrouw met vastberaden ogen.
“Wat is dat in de oven?” vroeg hij plots, wijzend naar een schaal die hij eerder niet had opgemerkt.
Elena glimlachte, bijna verlegen.
“Zelfgemaakte groentepuree. Met extra eiwitten. De diëtist zei dat voeding belangrijk is voor spieractivatie. Ik heb recepten aangepast.”
Roberto dacht aan de blikken kant-en-klare voeding die hij altijd had besteld. De beste merken. De duurste opties.
Maar nooit persoonlijk.
Nooit zelfgemaakt.
Hij ging zitten op de koude tegelvloer.
Zijn zorgvuldig geplande confrontatie was opgelost in iets totaal anders.
“Ik dacht…” begon hij, maar maakte zijn zin niet af.
Elena keek hem niet verwijtend aan.
“Ik weet wat mensen denken als ze mij zien lachen,” zei ze rustig. “Maar ik lach omdat hij leeft. Niet ondanks zijn situatie — maar mét zijn mogelijkheden.”
Pedrito begon opnieuw te lachen toen de bal zijn hand raakte.
Dit keer lachte Roberto mee.
Onwennig.
Breekbaar.
Echt.
—
Die avond zat Roberto alleen in zijn kantoor.
De kluis stond open. Het medische rapport lag op zijn bureau.
“Onomkeerbare gedeeltelijke verlamming.”
Hij sloot het document langzaam.
Voor het eerst voelde het niet als een vonnis.
Maar als een momentopname.
Hij dacht aan hoe snel hij Elena had willen veroordelen. Hoe hij haar wettelijk had willen “vernietigen” op basis van vermoedens.
Hij had geld.
Invloed.
Controle.