De woorden van de rechter hingen zwaar in de lucht.
Patricia’s zelfverzekerde houding bleef nog een paar seconden overeind, alsof ze verwachtte dat iemand haar zou bijvallen. Maar niemand bewoog.
Zelfs Ryan niet.
Hij zat daar nog steeds, met zijn ogen gericht op de tafel, alsof de wereld buiten hem niet meer bestond.
De rechter ging langzaam weer zitten, maar zijn blik bleef strak op Patricia gericht.
“Breng de gerechtsbode haar op afstand,” zei hij rustig.
Twee seconden later werd Patricia voorzichtig maar beslist een stap achteruit gezet.
Ze trok haar arm los, maar haar gezicht stond nog steeds vol woede.
“Dit is belachelijk,” siste ze. “Zij heeft mijn zoon vergiftigd tegen mij—”
“Mevrouw Harper,” onderbrak de rechter haar scherp, “u hebt in deze rechtszaal een fysieke aanval gepleegd op een partij in een lopende procedure. Dat is geen interpretatie. Dat is een feit.”
De woorden sneden door de ruimte.