Mijn hart sloeg zo hard dat het pijn deed.
“Morgenavond.”
De woorden brandden in mijn hoofd terwijl ik het dunne metalen strookje tussen mijn vingers hield. Mijn eerste instinct was paniek. Mijn tweede… stilte.
Ik hoorde Mauricio dichterbij komen.
Snel liet ik het strookje terug in het glas vallen, pakte de ketting met twee vingers en legde alles precies terug zoals ik het had aangetroffen. Mijn handen bewogen automatisch, alsof iemand anders de controle had overgenomen.
Toen draaide ik me om, net op het moment dat hij de keuken binnenkwam.
“Je bent vroeg op,” zei hij, terwijl hij gaapte en zijn haar naar achter streek.
Ik dwong mezelf om normaal te klinken. “Ik kon niet meer slapen.”
Zijn blik gleed meteen naar het aanrecht.
Naar het glas.
Mijn adem stokte.
“Wat is dat?” vroeg hij.
Ik haalde mijn schouders op. “Ik wilde hem schoonmaken. Hij voelde een beetje… vreemd.”
Hij liep naar me toe en keek in het glas.
Een fractie van een seconde.
Dat was alles wat ik nodig had.
Zijn gezicht veranderde.
Niet dramatisch. Niet overdreven.
Maar subtiel genoeg dat ik het zag.
Die kleine, bijna onmerkbare spanning rond zijn ogen.
“Je had hem gewoon kunnen dragen,” zei hij uiteindelijk, iets te luchtig.
“Misschien,” antwoordde ik.
Hij pakte het glas op, keek er nog eens in, en zette het toen weer neer.
“Laat maar. Ik koop wel een nieuwe.”
Nieuwe?
Waarom zo snel opgeven?
Mijn maag draaide om, maar ik hield mijn gezicht neutraal.
“Dat hoeft niet,” zei ik. “Hij is mooi.”
Hij keek me even aan, alsof hij probeerde te lezen wat ik dacht.
Toen knikte hij langzaam.
“Zoals je wilt.”
Hij draaide zich om en liep de keuken uit.
Ik bleef alleen achter.
Maar dit keer voelde de stilte anders.
Zwaarder.
Gevaarlijker.
De rest van de dag bewoog ik alsof ik op dun ijs liep.