De arts bewoog de sonde nog één keer langzaam over mijn buik, alsof extra druk de werkelijkheid kon veranderen.
Maar de stilte op het scherm bleef hetzelfde.
Geen ritme. Geen kleine flikkering. Geen leven dat terugvecht tegen de chaos.
Alleen ruis.
“Doe het opnieuw,” fluisterde ik, terwijl mijn vingers zich in het laken naast me vastklampten. “Alsjeblieft… kijk nog eens.”
De arts slikte.
“Mevrouw… het spijt me.”
Die woorden kwamen niet binnen als geluid. Ze kwamen binnen als iets dat breekt voordat je het begrijpt.
Mark stond naast me, maar ik hoorde hem niet meer echt. Ik zag alleen zijn hand die de rand van het bed zo stevig vastgreep dat zijn knokkels wit werden.
“Is er echt geen hartslag?” vroeg hij. Zijn stem klonk alsof hij het antwoord al kende en het toch niet wilde accepteren.
De arts schudde langzaam zijn hoofd.
En toen veranderde alles.