Ik zette de oude koffer voorzichtig op mijn keukentafel.
Het leer was verweerd, de metalen sluitingen waren dof geworden en op één hoek zat een scheur die waarschijnlijk al tientallen jaren oud was.
Even bleef ik er alleen maar naar kijken.
Het voelde vreemd om iets te openen waarvan Ezra wist dat ik het pas na zijn overlijden zou zien.
Ik klikte de eerste sluiting open.
Daarna de tweede.
Bovenop lag een envelop met mijn naam, geschreven in zijn herkenbare, trillende handschrift.
Voor Anthony. Alleen openen als ik er niet meer ben.
Ik haalde diep adem en begon te lezen.
“Beste Anthony,”
“Als je deze brief leest, betekent dat dat mijn lange reis voorbij is. Maak je alsjeblieft geen zorgen om mij. Ik heb een goed leven gehad.”
“Ik wil dat je weet dat je de laatste twaalf jaar veel meer hebt gedaan dan boodschappen brengen. Je gaf een oude man iets om iedere zondag naar uit te kijken.”
Mijn ogen bleven even hangen op die zin.
Ik had nooit gedacht dat onze wekelijkse bezoekjes zoveel voor hem betekenden.
Ik las verder.
“Veel mensen denken dat eenzaamheid vooral stilte is. Dat is niet waar. Eenzaamheid is niemand hebben die vraagt hoe je week is geweest.”
“Jij vroeg dat iedere zondag.”
Ik slikte.
Onder de brief lag een klein notitieboek.
Op de eerste bladzijde stond:
Zondagen met Anthony.
Nieuwsgierig sloeg ik het open.