Verhaal 2025 8 82

Mijn knieën gaven bijna mee.

De keuken voelde plots kleiner, alsof de muren naar me toe kwamen. Achter me hoorde ik Sophie zacht snikken in haar slaapzak op de bank, en ergens verderop viel een deur zacht dicht—waarschijnlijk Matt die wakker werd van mijn stilte.

“Wat bedoelt u met… gevonden?” vroeg ik, terwijl mijn stem nauwelijks nog van mij leek.

De man aan de telefoon aarzelde. “Mevrouw, we hebben haar aangetroffen bij een hotel in Rotterdam. Ze is niet in levensgevaar, maar ze verkeert in een verwarde toestand. Ze heeft aangegeven dat u de contactpersoon bent voor haar kinderen.”

Ik voelde iets in mij breken dat ik al maanden probeerde vast te houden.

Niet verrassing.

Niet verdriet.

Maar bevestiging.

Ze was niet gewoon weggegaan.

Ze had gekozen.

En wij waren het deel van haar leven dat ze had achtergelaten alsof het tijdelijk was.

“Ze… leeft nog?” vroeg ik, meer tegen mezelf dan tegen hem.

“Ja,” zei hij zacht. “Maar mevrouw, ze wil u zien.”

Ik lachte één keer, zonder humor.

“Dat wil ze altijd.”

En toen hing ik op.

Ik bleef een tijdje staan, starend naar het donkere raam, terwijl mijn adem onregelmatig werd. De wereld buiten was stil, maar in mijn hoofd was het lawaai oorverdovend.

Matt stond ineens in de deuropening.

Zijn haar door de war, ogen half dicht.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment