“Sophie! Ik ben zo trots op je. Je bent ongelooflijk dapper geweest.”
“De politie is hier,” zei Sophie.
“Ik weet het. Ze hebben me verteld dat je veilig bent.”
Sophie zweeg even.
“Dank je dat je bij me bleef.”
Linda voelde een brok in haar keel.
“Daar ben ik voor.”
Een paar uur later kwam er goed nieuws uit het ziekenhuis.
Sophies ouders waren op tijd behandeld en begonnen langzaam weer bij bewustzijn te komen.
De dokter zei dat het telefoontje van Sophie waarschijnlijk hun leven had gered.
Toen Sophie dat hoorde, glimlachte ze eindelijk een beetje.
De volgende ochtend stond de zon boven de straat waar alles was gebeurd.
De kleine esdoorn in de voortuin wiegde zacht in de wind.
Agent Ramirez reed nog één keer langs voordat zijn dienst eindigde.
Hij zag Sophie bij het raam zitten met haar knuffelkonijn.
Ze zwaaide naar hem.
Hij zwaaide terug.
Soms, dacht hij, komt de grootste moed van de kleinste mensen.
En die nacht had een zevenjarig meisje laten zien dat één klein telefoontje genoeg kan zijn om een heel gezin te redden.