Mijn moeder bleef een paar seconden in de deuropening staan, alsof ze niet wist of ze verder naar binnen moest stappen of meteen weer moest vertrekken.
Haar ogen gleden langzaam door de woonkamer.
Ik volgde haar blik bijna automatisch.
Het huis was eenvoudig, dat wist ik. Een kleine woonkamer, een oude maar nette bank, een houten tafel die we tweedehands hadden gekocht en zelf hadden opgeknapt. Aan de muur hingen tekeningen van mijn stiefzoon, Lucas, en een paar familiefoto’s.
Voor mij voelde het als thuis.
Maar voor mijn moeder, die gewend was aan marmeren vloeren en hoge plafonds, moest het er waarschijnlijk heel anders uitzien.
“Wat is er?” vroeg ik rustig.
Ze slikte even en stapte eindelijk naar binnen.
“Dit… had ik niet verwacht,” zei ze zacht.
Haar toon was anders dan drie jaar geleden. Minder scherp, meer… verbaasd.
Op dat moment kwam Anna uit de keuken met twee kopjes thee in haar handen. Ze stopte even toen ze mijn moeder zag.
“Goedemiddag,” zei Anna beleefd.
Mijn moeder keek haar een paar seconden aan.
Drie jaar geleden had ze haar beoordeeld in minder dan tien seconden.
Nu leek ze voor het eerst echt te kijken.
Anna droeg een eenvoudige trui en had haar haar losjes vastgebonden. Ze zag er vermoeid uit, zoals vaak na een nachtdienst, maar ze glimlachte vriendelijk.
“Fijn dat u bent gekomen,” zei ze.
Mijn moeder antwoordde niet meteen.
Toen knikte ze kort.