De kamer bleef stil.
Toen stond Lucas plotseling op.
Hij liep naar haar toe en legde zijn kleine hand op haar arm.
“Niet huilen, oma,” zei hij serieus.
Ze lachte zacht.
“Ik probeer het.”
Hij dacht even na.
Toen zei hij:
“Je mag ook hier komen wonen. We hebben nog een kamer.”
Iedereen in de kamer moest lachen.
Zelfs mijn moeder.
Ze keek naar mij.
“Ik weet dat ik drie jaar geleden iets verschrikkelijks heb gezegd,” zei ze zacht.
“Ik zei dat je nooit meer om iets moest vragen.”
Ik haalde mijn schouders op.
“Dat herinner ik me.”
Ze knikte langzaam.
“Maar misschien… kan ik nu iets vragen.”
Ik keek haar aan.
“Wat dan?”
Ze keek naar Anna.
Naar Lucas.
En toen weer naar mij.
“Mag ik proberen… deel uit te maken van dit gezin?”