Dat deed hij vroeger ook altijd.
Alsof hij controleerde of alles nog op zijn plaats stond.
Dezelfde kast.
Dezelfde schilderijen.
Dezelfde lamp.
Alleen hij hoorde er niet meer bij.
“Yulia thuis?” vroeg hij.
“Ze studeert bij een vriendin.”
Dat was niet helemaal waar.
Yulia zat bij haar tante aan de andere kant van de stad.
Tamara had bewust geregeld dat haar dochter vanavond niet thuis zou zijn.
Niet uit angst.
Maar omdat ze wist dat Sergey beter sprak wanneer hij geen publiek had.
Hij hing zijn jas op.
Daarna bleef hij midden in de woonkamer staan.
Even leek hij niet te weten waarom hij eigenlijk gekomen was.
“Ga zitten,” zei Tamara.
Hij ging op de bank zitten.
Zij koos de fauteuil tegenover hem.
Niet naast hem.
Nooit meer naast hem.
De eerste minuten verliepen ongemakkelijk.
Hij vroeg naar haar werk.
Zij antwoordde kort.
Hij informeerde naar haar gezondheid.
Zij knikte.
Toen viel er een stilte.
Vroeger zou Tamara die stilte onmiddellijk hebben opgevuld.
Nu liet ze haar bestaan.
Sergey begon onrustig met zijn vingers op zijn knie te tikken.
“Je bent veranderd.”
“Dat hoor ik vaker.”
“Je bent harder geworden.”
Tamara keek hem rustig aan.
“Nee. Ik ben duidelijker geworden.”
Dat antwoord beviel hem niet.
Ze zag het onmiddellijk.
Vroeger kon hij haar schuldgevoel aanpraten.
Nu vond hij geen opening.
“Ik heb fouten gemaakt,” begon hij uiteindelijk.
Daar was het.
Scenario nummer één.
Berouw.
Of iets dat erop leek.
Tamara zei niets.
“Ik weet dat ik je pijn heb gedaan.”
Nog steeds zweeg ze.
“Twintig jaar huwelijk gooi je niet zomaar weg.”
“Jij wel,” antwoordde ze rustig.
Zijn blik schoot naar beneden.
“Ik dacht dat ik gelukkig zou worden.”
“Eerlijk antwoord.”
“Ik probeer eerlijk te zijn.”
Tamara knikte.
“Ga verder.”
Voor het eerst leek hij onzeker.
Alsof hij had verwacht dat zij hem zou onderbreken.
Hem zou helpen.
Hem zou redden van zijn eigen woorden.
Maar die Tamara bestond niet meer.
“Met Irina liep het anders dan ik dacht.”
Daar was de naam.
De vrouw voor wie hij haar had verlaten.
De vrouw die volgens hem alles beter begreep.
Jonger was.
Vrijer.
Levendiger.
Tenminste, dat had hij destijds gezegd.
“Zijn jullie uit elkaar?” vroeg Tamara.
Hij knikte.
“Vier maanden geleden.”
Ze voelde niets.
Geen vreugde.
Geen wraak.
Geen opluchting.
Alleen afstand.
Dat verbaasde haar nog het meest.
Een jaar geleden zou dit nieuws haar nachtenlang bezig hebben gehouden.
Nu voelde het alsof iemand haar vertelde dat een onbekende buurman was verhuisd.
“Ik heb veel nagedacht.”
“Dat geloof ik.”
“En ik besef nu wat ik heb verloren.”
Tamara keek naar de klok.
Niet uit ongeduld.
Maar omdat ze wilde zien hoe lang het duurde voordat hij bij het echte onderwerp kwam.
Twaalf minuten.
Dat was zijn record.
“Het gaat niet alleen om mij.”
Daar was het.
Eindelijk.
“Het gaat om Yulia.”
“Wat is er met Yulia?”
“Ze heeft haar vader nodig.”
Tamara glimlachte flauwtjes.
“Ze heeft altijd een vader gehad.”
“Je begrijpt wat ik bedoel.”