De hele zaal werd stil.
Zelfs de muziek stopte.
Hazel stond midden op de dansvloer met trillende handen. Voorzichtig haalde ze het kleine voorwerp uit de verborgen zak onder de grootste roos van de jurk.
Een zilverkleurige sleutelhanger.
Niet zomaar een sleutelhanger.
Iedereen die Mason had gekend, herkende hem onmiddellijk.
Aan de hanger zat een klein metalen kompas met aan de achterkant een gravure.
Hazel staarde ernaar alsof de wereld om haar heen verdwenen was.
Toen las ze de woorden hardop voor.
“Voor mijn Hazelnoot. Als je verdwaalt, kijk dan niet achterom. Kijk vooruit. Ik geloof altijd in je. – Mason”
Een zachte zucht ging door de zaal.
Sommige leerlingen kenden het verhaal van Mason. Anderen niet. Maar iedereen voelde het gewicht van dat moment.
Hazels ogen vulden zich met tranen.
Ze keek naar Eli.
“Waar heb je dit gevonden?”
Eli slikte.
“Vorige zomer.”