Mijn hand trilde terwijl ik de grootste van de drie messing sleutels in het slot stak.
Een deel van mij was ervan overtuigd dat ik op het punt stond iets verschrikkelijks te ontdekken.
Misschien een tweede leven.
Misschien een geheim gezin.
Misschien bewijs dat de afgelopen zeventien jaar één grote leugen waren geweest.
De deur kraakte langzaam open.
Ik haalde diep adem en stapte naar binnen.
Het eerste wat me opviel, was de stilte.
Geen stemmen.
Geen muziek.
Geen tekenen dat iemand er woonde.
Zonnestralen vielen door hoge ramen naar binnen en verlichtten een ruimte die verrassend warm aanvoelde.
Ik keek rond.
De woonkamer was volledig ingericht.
Een bank.
Boekenkasten.
Foto’s aan de muur.
Een eettafel.
Bloemen op het aanrecht.
Maar wat me het meest verbaasde, was dat vrijwel alles iets met mij te maken leek te hebben.
Ik liep naar de dichtstbijzijnde muur.
Daar hing een foto van mij en mijn man tijdens onze huwelijksreis.
Daarnaast een foto van onze eerste hond.