De ambulance arriveerde enkele minuten later.
Twee hulpverleners haastten zich de trap op terwijl agenten Daniel beneden hielden. Niemand trok conclusies. Niemand schreeuwde beschuldigingen. Iedereen deed waarvoor hij was opgeleid: de situatie veiligstellen en feiten verzamelen.
Olivia kneep zwak in mijn hand toen de verpleegkundige haar voorzichtig onderzocht.
“Je bent veilig,” zei ik.
Voor het eerst die nacht zag ik een klein beetje opluchting in haar ogen.
Ze werd op een brancard gelegd en naar de ambulance gebracht. Ik reed erachteraan naar het ziekenhuis.
Onderweg dacht ik niet als rechercheur.
Ik dacht als zus.
Ik dacht aan de verjaardagen die we samen hadden gevierd.
Aan de geheime gesprekken toen we kinderen waren.
Aan de belofte die we elkaar ooit hadden gedaan: wat er ook gebeurde, we zouden elkaar nooit in de steek laten.
Misschien had ik die belofte de afgelopen jaren niet hard genoeg nageleefd.
Maar dat zou vanaf nu veranderen.
In het ziekenhuis werd Olivia onderzocht door artsen.
Terwijl zij werd verzorgd, begonnen agenten en rechercheurs hun werk.
Daniel werd verhoord.
Getuigen werden gesproken.
Foto’s werden gemaakt.
Berichten werden veiliggesteld.
Niemand wist nog precies wat er gebeurd was, maar iedereen wist dat een zorgvuldig onderzoek noodzakelijk was.
Tegen de ochtend zat ik naast Olivia’s bed.
Ze was wakker.