DEEL 2
De geluiden in de verloskamer vervaagden langzaam.
Stemmen klonken ver weg. Lampen boven mij werden wazige vlekken van licht. Ik voelde hoe mensen zich haastten, hoe handen bewogen, hoe apparatuur piepte, maar mijn lichaam leek niet langer van mij te zijn.
“Amelia, blijf bij ons.”
Iemand sprak mijn naam.
Nog een stem volgde.
“We verliezen te veel bloed.”
Ik probeerde mijn ogen open te houden.
Niet voor mezelf.
Voor mijn zoon.
Ik had hem nauwelijks gezien. Slechts een korte glimp van een klein gezichtje voordat de chaos begon.
Toen werd alles zwart.
Toen ik weer wakker werd, was het stil.
Geen alarmen.
Geen geschreeuw.
Alleen het zachte gezoem van apparatuur.
Mijn keel voelde droog aan.
Mijn lichaam voelde zwaar.
Voorzichtig opende ik mijn ogen.
Ik lag op de intensive care.
Een verpleegkundige merkte meteen dat ik wakker was.