Alejandro voelde hoe zijn ademhaling zwaarder werd. Niet van woede alleen, maar van ongeloof. De woorden die hij hoorde, waren geen gefluister van verboden passie. Ze waren kouder dan dat. Berekenend. Zakelijk.
“Hij vertrouwt me volledig,” zei Valeria rustig terwijl ze haar glas draaide. “Alle volmachten zijn nog steeds geldig. Zodra de herstructurering rond is, verschuiven de aandelen automatisch.”
Julián knikte bedachtzaam. “En hij merkt niets?”
Ze glimlachte. “Alejandro ziet wat hij wil zien. Loyaliteit. Liefde. Familie.”
Die laatste twee woorden sneden dieper dan welk geschreeuw ook had gekund.
In de kast bleef Alejandro roerloos staan. Zijn wereld stortte niet in met lawaai. Ze kantelde langzaam, alsof iemand ongemerkt de fundering had verplaatst. Zijn vrouw. Zijn broer. Geen impulsieve vergissing, maar een zorgvuldig plan.
Hij keek naar Rosaura. Haar ogen waren vochtig. Niet van nieuwsgierigheid, maar van bezorgdheid.
“Hoe lang?” fluisterde hij nauwelijks hoorbaar.
Ze boog zich dichter naar hem toe. “Ik weet het niet precies, meneer. Maar lang genoeg. Ik heb dingen gehoord… documenten gezien. Ik durfde niets te zeggen zonder bewijs.”
In de woonkamer klonk opnieuw gelach. Alejandro voelde geen explosieve woede. Wat hij voelde was iets gevaarlijkers: helderheid.
Jarenlang had hij geloofd dat controle betekende dat hij alles wist. Maar controle zonder aandacht is blindheid. En hij was blind geweest.
Hij haalde langzaam adem en sloot even zijn ogen. Toen opende hij ze opnieuw — niet als een echtgenoot, niet als een broer, maar als een strateeg.
“Blijf hier,” fluisterde hij tegen Rosaura.