Die nacht lag ik wakker, mijn arm in het gips en mijn gedachten razend. Darren dacht dat hij nog steeds alles kon dicteren, alsof ik geen eigen wil had. Maar nu was het mijn kans. Zijn verjaardag… het zou niet zomaar een feestje worden. Het zou een les worden die hij niet snel zou vergeten.
De volgende ochtend stond ik vroeg op. Met één hand – de andere in gips – begon ik alles voor te bereiden. Het menu werd herschikt: geen ingewikkelde gerechten die veel handen nodig hadden. Nee, alles werd slim, efficiënt, en verrassend. Ik zou laten zien dat zelfs met één arm, ik het huishouden en dit feest beter kon organiseren dan hij ooit had gekund.
Junie, Hollis en Maisie waren in de woonkamer druk met hun spelletjes. Ik gaf ze elk een rol: Junie zou helpen met tafel dekken, Hollis met de kaarsjes en Maisie mocht gewoon vrolijk rondrennen en glimlachen. Zo leek het alsof ze me hielpen, maar in werkelijkheid hield ik alles strak onder controle.
“Oké, kinderen,” zei ik, terwijl ik de boodschappenlijst bekeek. “Vandaag doen we het rustig, maar precies. We zorgen dat papa een dag krijgt die hij niet zal vergeten.”
De kinderen keken nieuwsgierig. “Wat bedoel je, mama?” vroeg Junie.
“Gewoon,” zei ik glimlachend. “We maken het heel speciaal.”