De woorden van directeur Richard Hail bleven in de lucht hangen alsof de hele spoedeisende hulp plotseling stiller was geworden.
“Je bent geschorst,” herhaalde hij, terwijl hij zijn armen over elkaar sloeg.
Clare stond recht tegenover hem. Haar handen trilden nog licht van het verzorgen van Walters wond, maar haar stem bleef rustig.
“Hij had hulp nodig,” zei ze eenvoudig.
Hail keek haar strak aan. “Dat is niet het punt. Dit ziekenhuis heeft regels. Zonder verzekering mogen we geen behandeling starten. Dat weet je.”
Clare keek even naar Walter, die zwijgend op de stoel zat. Zijn ogen stonden moe, maar er lag ook iets anders in: waardigheid.
“Dus we laten hem gewoon weggaan?” vroeg ze.
“Dat is niet jouw beslissing,” antwoordde Hail koel.
Een verpleegkundige kwam voorzichtig naar voren en legde een map op de balie. Hail pakte hem op zonder nog naar Clare te kijken.
“Lever je badge in. Je hoort van de administratie wanneer je terug kunt komen.”
Clare haalde diep adem. Ze wist dat discussiëren niets zou veranderen. Langzaam haalde ze haar badge van haar uniform en legde hem op de balie.
Het kleine klikgeluid leek luider dan normaal.
Ze draaide zich om naar Walter.
“Het spijt me dat ik niet meer kan doen,” zei ze zacht.