Ik liet de rugzak bijna uit mijn handen glijden.
Het meisje greep hem meteen terug alsof ze bang was dat ik hem zou laten vallen en daarmee ook de laatste draad naar mijn zoon zou verliezen.
“Alsjeblieft,” zei ze snel. “Niet hier… niet zo.”
Mijn keel zat dicht. Mijn benen voelden alsof ze niet meer bij mijn lichaam hoorden. Ik deed een stap achteruit en hield me vast aan de deurpost.
“Wie ben jij?” vroeg ik uiteindelijk, maar mijn stem brak halverwege.
Ze slikte. “Ik heet Mila. Ik zat bij Randy in de klas.”
Die woorden maakten iets los in mij. Mila… ja, hij had haar naam genoemd. Een keer, misschien twee keer. Hij zei dat ze vaak naast hem zat en goed was in tekenen.
Maar waarom stond zij hier met zijn rugzak?