Ethan stapte uit de zwarte SUV en voor een moment herkende Emma hem nauwelijks.
Niet omdat hij anders leek.
Maar omdat de situatie totaal niet paste bij de man die zij kende.
Dezelfde vriendelijke ogen.
Dezelfde rustige houding.
Dezelfde eenvoudige glimlach.
En toch stonden er nu zeven zwarte SUV’s achter hem geparkeerd.
Mensen op Oak Street stopten om te kijken.
Voetgangers haalden hun telefoons tevoorschijn.
Zelfs de beveiliger die haar eerder naar buiten had geduwd, keek plotseling onzeker.
Emma staarde Ethan aan.
“Wat gebeurt hier?”
Ethan liep rechtstreeks naar haar toe.
Niet naar de winkel.
Niet naar de beveiliging.
Naar haar.
Zijn eerste reactie was niet boosheid.
Hij keek naar haar arm.
Naar de rode afdrukken.
Naar haar gekneusde knieën.
Zijn gezicht werd ernstig.
“Ben je in orde?”
Emma knipperde verbaasd.
“Ik denk het.”
Voorzichtig streek hij een haarlok uit haar gezicht.
“Dat is het enige wat me op dit moment interesseert.”