Richard Kensington bewoog niet meteen.
Niet omdat hij Emily niet zag, maar omdat zijn blik vast leek te blijven hangen op de zilveren ketting rond haar hals.
De halve zon.
De kleine, verweerde glans.
Zijn gezicht veranderde langzaam, alsof hij iemand uit een verleden herkende dat hij al lang had begraven.
“Waar… heb je dat vandaan?” vroeg hij uiteindelijk.
Zijn stem was anders dan daarnet. Minder ceremonieel. Minder afstandelijk. Meer… persoonlijk.
Daniel lachte ongemakkelijk.
“Het is gewoon een oud sieraad van haar adoptie-moeder,” zei hij snel. “Niets bijzonders, meneer Kensington.”
Maar Richard luisterde niet naar hem.
Hij zette een stap dichter naar Emily.
“Mag ik?” vroeg hij zacht.
Emily aarzelde heel even, maar knikte toen.
Voorzichtig tilde Richard de ketting op tussen twee vingers. Zijn ogen werden kleiner, geconcentreerder.
En toen zag hij het.
Een kleine inscriptie aan de achterkant van de hanger.
Zijn adem stokte.
“Dit kan niet…” fluisterde hij.