De doos voelde lichter dan ik had verwacht.
Alsof ze niet gevuld was met spullen, maar met iets dat nog moest gebeuren.
Ik opende het deksel langzaam.
Binnenin lag geen geld.
Geen documenten die mijn leven konden veranderen.
Alleen een stapel zorgvuldig gevouwen papieren, een oude sleutel en een klein notitieboekje met een versleten kaft.
Mijn adem stokte.
De advocaat zat stil aan de andere kant van de tafel. Hij keek niet nieuwsgierig. Niet vijandig. Alleen afwachtend, alsof hij dit moment al kende voordat ik het zelf doorhad.
“Wat is dit?” vroeg ik opnieuw, maar mijn stem klonk minder zeker dan net.
Hij schoof zijn bril iets omhoog.
“Zoals ik al zei,” antwoordde hij rustig, “ze zei dat dit is wat u echt wilde.”
Ik lachte kort, nerveus.