“Emily…”
Liam sprak mijn naam uit alsof hij hoopte dat één woord alles kon herstellen.
Maar sommige dingen kunnen niet worden teruggedraaid. Niet met excuses. Niet met verklaringen. En zeker niet met paniek die pas verschijnt wanneer de gevolgen zichtbaar worden.
Het dek was doodstil.
Alle ogen waren gericht op het dossier in mijn handen.
Richard Richardson staarde naar de laatste pagina alsof de cijfers vanzelf zouden veranderen als hij maar lang genoeg keek. Victoria’s gezicht was spierwit geworden. De vrouw die mij een uur geleden nog had behandeld alsof ik onzichtbaar was, leek plotseling niet meer te weten waar ze haar handen moest laten.
Ik sloot het dossier.
“Nee,” zei ik rustig tegen Liam.
Hij fronste.
“Nee wat?”
“Nee tegen wat je nu gaat zeggen.”
Hij slikte.
“Emily, luister…”
“Ik heb geluisterd.”
Mijn antwoord kwam sneller dan hij had verwacht.
“Acht maanden lang.”
Een windvlaag trok over het water.
De politieboot bleef naast het jacht dobberen.
Elena stond zwijgend naast mij, professioneel als altijd.
Liam zette een stap dichterbij.
“Ik wist hier niets van.”
“Dat geloof ik.”
Zijn schouders ontspanden een beetje.
Tot ik verder sprak.
“Maar dat is niet het probleem.”
Hij keek me verward aan.
“Wat bedoel je?”
Ik keek hem recht in de ogen.
“Je wist niet dat je ouders financiële problemen hadden. Dat geloof ik. Je wist niet dat hun schulden waren verkocht. Dat geloof ik ook.”
Ik zweeg even.
“Maar je wist precies hoe ze mensen behandelden.”
Zijn gezicht verstarde.
Daar had hij geen antwoord op.