“Grace?”
Alleen het horen van die stem bracht iets in mij tot rust.
Het was Michael Turner, mijn voormalige zakenpartner. Tien jaar lang hadden we samen gewerkt voordat ik mijn carrière op een lager pitje had gezet om een gezin op te bouwen.
“Michael,” fluisterde ik. “Ik heb hulp nodig.”
Er viel een korte stilte.
Niet de ongemakkelijke stilte van twijfel.
Maar de stilte van iemand die direct begrijpt dat er iets ernstigs aan de hand is.
“Waar ben je?”
“In het ziekenhuis.”
“Met Noah?”
Mijn keel kneep dicht.
“Ja.”
“Is hij veilig?”