Maar iets activeerde.
Toen ik aankwam, keek de receptionist me vreemd aan.
“Je hebt geen afspraak,” zei hij.
Ik haalde de brief uit mijn tas.
“Ze heeft me gestuurd,” zei ik.
De man keek naar de naam.
Zijn gezicht veranderde.
Hij stond meteen op.
“Wacht hier.”
Tien minuten later zat ik in een kamer die groter was dan ik gewend was.
Aan de muur hingen documenten, stempels, officiële portretten.
En tegenover mij zat een oudere man met een bril.
Hij keek me lang aan voordat hij sprak.
“Jij bent Diego?”
Ik knikte.
Hij opende een map.
“Carmen heeft over je verteld.”
Ik schudde mijn hoofd.
“Dat kan niet. Ze zei nooit—”
Hij onderbrak me.
“Ze heeft veel niet gezegd.”
Hij schoof een document naar mij toe.
“Maar ze heeft alles voorbereid.”
Mijn ogen gleden over de tekst.
Mijn naam stond erop.
Officieel.
Geregistreerd.
Ik voelde mijn keel dichttrekken.
“Waarom?” vroeg ik uiteindelijk.
De notaris leunde achterover.
“Dat moet jij zelf ontdekken.”
Op dat moment begreep ik iets wat de brief niet letterlijk zei.
Dit ging niet alleen over geld.
Niet alleen over een huis.
Maar over een verhaal dat zij bewust had geschreven.
En ik stond er middenin.
En ergens diep vanbinnen wist ik:
De echte ontdekking moest nog beginnen.