“Ze was geen geheim uit schaamte,” zei hij. “Ze was een hoofdstuk dat ik niet kon afsluiten.”
Robert stapte dichterbij.
“Wat is er met haar gebeurd?”
Caleb’s blik werd donkerder, maar niet boos. Eerder gebroken.
“Ze is verdwenen,” zei hij.
De stilte daarna was anders dan voorheen. Zwaarder.
Grace keek naar haar zoon, alsof ze hem voor het eerst zag.
“Verdwenen?” herhaalde ze langzaam.
Caleb knikte.
“Ze werkte in hetzelfde bouwproject waar ik begon. Ze was slim. Zorgzaam. Iedereen mocht haar.”
Hij haalde diep adem.
“Tot ze op een dag niet meer kwam opdagen. Geen bericht. Geen verklaring. Alleen… weg.”
Katherine stond in de deuropening, nog steeds in haar trouwjurk.
“En dat is mijn schuld?” vroeg ze voorzichtig.
Caleb draaide zich naar haar.
“Nee,” zei hij meteen. “Niet letterlijk.”
Maar de stilte die volgde, maakte duidelijk dat het niet zo eenvoudig lag.
Hij liep naar het raam.
“Ik heb geprobeerd het los te laten,” vervolgde hij. “Maar maanden later kreeg ik een envelop.”
Grace voelde haar maag samentrekken.
“Van haar?”
“Nee. Van iemand die zei dat ze niet vrijwillig was verdwenen zoals iedereen dacht.”
Robert kneep zijn ogen samen.
“Wat stond erin?”
Caleb draaide zich om.
“Dat er binnen het bedrijf dingen gebeurden die niet klopten. Dat ze iets had ontdekt.”
Katherine’s hand ging naar haar mond.
“En jij dacht dat ik…”
Caleb schudde zijn hoofd.
“Ik dacht dat je wist waar je in stapte toen je met mij trouwde.”
Dat was het moment waarop Grace het begreep.
Dit ging niet alleen over verdriet.
Niet alleen over een verloren liefde.
Maar over angst die nooit was uitgesproken.
Ze liep langzaam naar haar zoon toe.
“Caleb,” zei ze zacht, “je hebt iemand die je liefhebt gebruikt om iets te bewijzen.”
Hij sloot zijn ogen.
“Ik wilde haar niet pijn doen.”