Ryan stond in de deuropening van de kinderkamer, maar zijn lichaam leek niet meer te reageren. Zijn ogen schoten van de lege wieg naar de opgeruimde commode, naar de openstaande kast, alsof ergens een logische verklaring verborgen moest liggen.
“Emma?” riep hij nog eens, dit keer scherper.
Zijn stem kaatste terug tegen de muren. Geen antwoord. Alleen stilte.
Hij liep een stap naar voren. Toen nog één. De kamer rook vreemd neutraal, alsof er dagenlang geen leven meer in had gezeten. Geen babygeur, geen wasmiddel, geen warmte.
Zijn ademhaling versnelde.
“Dit is niet grappig,” mompelde hij, meer tegen zichzelf dan tegen iemand anders.
Hij trok zijn telefoon uit zijn zak en belde haar. Direct voicemail.
“Neem op,” zei hij geïrriteerd. “Emma, neem gewoon op.”
Hij probeerde opnieuw. En opnieuw.
Niets.
Pas toen viel zijn blik op iets op de vloer naast de wieg. Een klein, opgevouwen papiertje.