Zij zouden dat zelf doen.
Ik startte de motor en reed weg zonder nog één keer achterom te kijken.
Pas toen ik drie straten verder was, begon mijn telefoon onophoudelijk te trillen.
Eén bericht.
Twee.
Drie.
Ik negeerde ze allemaal.
Een uur later zat ik in een klein hotel aan de rand van de stad. Niet luxe, niet bijzonder. Gewoon rustig.
Voor het eerst in jaren was ik alleen.
Echt alleen.
Geen telefoontjes van mijn moeder om medicijnen op te halen.
Geen berichten van Lena over rekeningen.
Geen verzoeken van Derek om “even snel” iets te betalen totdat zijn volgende salaris binnenkwam.
Alleen stilte.
Ik zette de papieren tas op het bed en haalde voorzichtig de Bijbel van mijn moeder eruit.
Toen viel er iets uit.
Een envelop.
Vergeeld aan de randen.
Mijn naam stond erop geschreven.
Audrey.
Mijn hart sloeg een slag over.
Ik herkende het handschrift onmiddellijk.
Dat van mijn vader.
Met trillende vingers opende ik de envelop.