Verhaal 2025 9 63

“Camila…”

De stem kwam uit de regen, rustig maar scherp genoeg om door de chaos in mijn hoofd heen te snijden.

Ik draaide me langzaam om.

Een auto stond aan de overkant van de straat, motor nog draaiend, koplampen half door de regenmist. Tegen het licht in zag ik een silhouet uitstappen.

En toen herkende ik hem.

Mijn adem stokte.

“Mateo?”

Mijn broer.

Hij stond daar, volledig kalm, in een donker pak alsof hij onderweg was naar een vergadering en niet naar een scène die mijn leven aan het breken was.

Zijn blik ging eerst naar mij.

Toen naar de gesloten deur.

Toen terug naar mij.

Zijn kaak verstrakte.

“Kom hier,” zei hij zacht.

Ik kon niet bewegen.

Niet meteen.

Mijn lichaam was te vol pijn, schaamte en ongeloof.

“Camila,” herhaalde hij, dit keer steviger.

En toen liep ik.

Niet omdat ik sterk was.

Maar omdat ik niet anders kon.

Hij trok zijn jas uit en legde hem om mijn schouders. De warmte voelde vreemd, bijna onwerkelijk na de kou.

“Wat is er gebeurd?” vroeg hij.

Lees verder op de volgende pagina

Leave a Comment