Donderdagmiddag kwam sneller dan Grant had verwacht.
Volgens Madison zou het een eenvoudige afspraak worden.
Een routinecontrole.
Een formaliteit.
Daarna zouden ze lunchen in een nieuw restaurant aan de rivier.
Dat was tenminste het plan.
Toen ze de praktijk van dokter Marcus Hale binnenliepen, merkte Grant direct dat er iets anders was.
De verpleegkundige die hem al jaren kende, glimlachte beleefd, maar minder ontspannen dan normaal.
“Goedemiddag, meneer Whitmore.”
“Goedemiddag.”
Madison ging naast hem zitten.
“Hoe lang zal het duren?”
De verpleegkundige keek naar haar scherm.
“Dokter Hale heeft extra tijd ingepland voor dit gesprek.”
Grant fronste.
“Extra tijd?”
Dat gebeurde zelden.
Zijn afspraken duurden meestal tien minuten.
Vijftien als er bloedonderzoek besproken moest worden.
Niet meer.
Twintig minuten later werden ze binnengeroepen.
Dokter Hale stond op toen Grant binnenkwam.
Zijn glimlach was vriendelijk, maar ernstig.
“Goed je te zien, Grant.”
“Alles in orde?”
De arts wees naar de stoelen.
“Ga zitten.”
Dat was het moment waarop Grant voor het eerst onrust voelde.
Na enkele minuten schoof dokter Hale een dossier open.
Het was dik.