Die nacht sliep Claire nauwelijks.
Ze zat in haar appartement met een kop koude thee voor zich en staarde naar de foto’s die ze op O’Hare en in Gurnee had gemaakt.
Elke keer dat ze naar Ethans gezicht keek, voelde het alsof haar verstand haar voor de gek hield.
Maar de foto’s logen niet.
Ethan leefde.
En iemand had haar vijf jaar lang bewust voorgelogen.
Tegen drie uur ‘s nachts belde haar assistente Jenna.
“Ik heb al iets gevonden.”
Claire ging rechtop zitten.
“Vertel.”
“De privédetective kon verrassend snel iets achterhalen. Een man met de naam Ethan Cole woont sinds vier jaar onder zijn eigen naam in Wisconsin. Geen nieuwe identiteit. Geen verborgen documenten.”
Claire kneep haar ogen dicht.
“Onder zijn eigen naam?”
“Ja.”
“Hoe is dat mogelijk?”
“Dat is precies de vraag.”
De volgende avond reed Claire naar Vivians huis in Lake Forest.
Alles zag eruit zoals altijd.
Dezelfde tuin.
Dezelfde veranda.
Dezelfde witte schommelstoel.
Alleen Claire was veranderd.
Voor het eerst zag ze de plek niet als familie.
Ze zag het als een plaats vol onbeantwoorde vragen.
Vivian opende de deur.
“Claire!”
Ze omhelsde haar warm.
Claire dwong zichzelf stil te blijven.
“Het ruikt heerlijk.”
“Je favoriete braadstuk.”