DEEL 2
De geluiden om me heen vervaagden terwijl de ambulancebroeders me door de voordeur naar buiten reden. De koude winterlucht raakte mijn gezicht, maar zelfs dat voelde ver weg.
Ik hoorde flarden van gesprekken.
“Zuurstofmasker.”
“Bloeddruk daalt.”
“We moeten opschieten.”
De sirene begon te loeien.
Daarna werd alles donker.
Toen ik mijn ogen weer opende, zag ik felle lampen boven me. Witte plafonds. Bewegende schaduwen. Het duurde enkele seconden voordat ik begreep dat ik in een ziekenhuis lag.
Mijn keel voelde droog aan.
Een monitor piepte naast mijn bed.
“Emma?”
Ik draaide mijn hoofd.