Deel 2: Het Armbandje Om Zijn Pols
De eerste minuten bleef iedereen gespannen toekijken.
Babyjongen Miller had de hele ochtend gehuild.
Niet constant, maar vaak genoeg om iedereen bezorgd te maken.
Zijn kleine lijfje leek voortdurend op zoek naar iets wat hij niet kon vinden.
Warmte.
Rust.
Geborgenheid.
Toen gebeurde er iets onverwachts.
Binnen enkele seconden nadat Wade begon te praten, vertraagde het gehuil.
Niet helemaal.
Maar genoeg om op te vallen.
De monitoren bleven stabiel.
De kleine vuistjes ontspanden zich langzaam.
En voor het eerst die dag sloot de baby zijn ogen.
De kamer werd stil.
Zelfs dokter Harris, die normaal gesproken nergens van opkeek, bleef even staan kijken.
“Dat gebeurt niet vaak,” fluisterde hij.
Wade haalde alleen zijn schouders op.
Alsof hij zelf niet begreep waarom het werkte.
Een uur later zat hij er nog steeds.
Twee uur later ook.
Tegen het einde van zijn dienst liep een verpleegkundige langs.
“U weet dat u naar huis mag gaan?”
Wade glimlachte.
“Dat weet ik.”
Maar hij bleef zitten.
Toen de avond viel, waren de meeste bezoekers vertrokken.
Lichten werden gedimd.
Monitoren piepten zacht op de achtergrond.
En nog steeds zat Wade in dezelfde stoel.
De baby sliep tegen zijn borst.
Veilig.
Rustig.
Alsof hij eindelijk had gevonden waar hij de hele dag naar had gezocht.