Emma bleef verstijfd staan in de deuropening van appartement 3B.
De zwangere vrouw tegenover haar zag er uitgeput uit. Haar donkere haar was haastig samengebonden en haar handen trilden licht terwijl ze de deurkruk vasthield.
“Ren weg voordat hij doorheeft dat je het weet.”
Die zes woorden bleven in Emma’s hoofd rondzingen.
“Wat bedoel je?” vroeg ze zacht.
Hannah keek nerveus over haar schouder, alsof ze bang was dat iemand haar kon horen.
“Kom binnen.”
Emma stapte naar binnen.
Het appartement was klein maar netjes. Een wieg stond al klaar in een hoek van de woonkamer. Op tafel lagen babykleertjes die zorgvuldig waren opgevouwen.
Hannah ging langzaam zitten.
“Jij bent Emma, toch?”
Emma knikte.
“Hoe weet je dat?”
Een verdrietige glimlach verscheen op Hannahs gezicht.
“Omdat Travis al maanden over je praat.”
Emma voelde haar maag samentrekken.
“Wat heeft hij gezegd?”
Hannah aarzelde even.
“Dat jij zijn toekomst bent.”
De woorden klonken op zichzelf niet verkeerd.
Maar de manier waarop Hannah ze uitsprak, maakte Emma ongemakkelijk.
“Ik begrijp het niet.”
Hannah keek haar recht aan.
“Toen Travis en ik uit elkaar gingen, zei hij dat hij iemand had ontmoet die hem zou helpen hogerop te komen.”
Emma voelde haar hart sneller slaan.
“Wat bedoel je met hogerop komen?”