“Nee…”
Mijn stem was nauwelijks meer dan een fluistering.
Ik staarde naar de inhoud van de doos alsof mijn ogen me bedrogen.
Bovenop lag een foto.
Niet zomaar een foto.
Een foto van Noah.
Mijn Noah.
Dezelfde foto die twee weken eerder in het ziekenhuis was genomen. De enige foto waarop hij zijn ogen heel even open had gehad voordat hij weer in slaap viel.
Mijn knieën voelden slap aan.
Hoe kon dit hier liggen?
Ik had die foto nooit online gezet.
Ik had hem alleen naar drie mensen gestuurd.
Mijn man Ethan.
Mijn moeder.
En mijn beste vriendin Claire.
Met trillende vingers pakte ik de foto op.
Daaronder lag een envelop.
Op de voorkant stond:
“Voor Noahs mama.”
Mijn adem stokte.
Ik opende de envelop voorzichtig.
Binnenin zat een brief.
Geen handtekening.
Geen naam.
Alleen een boodschap.
“Sommige kinderen blijven maar even. Toch veranderen ze levens voor altijd. Open alle dozen voordat je beslist dat wonderen niet bestaan.”
Ik keek om me heen.
De voortuin stond vol kinderwagens.
Misschien vijftig.