“Dan loop ik zelf naar binnen en zoek ik haar.”
De voordeur ging opnieuw open.
Een vrouw van rond de zeventig verscheen.
Victoria.
Emily’s schoonmoeder.
Perfect gekleed.
Perfect kapsel.
Perfecte glimlach.
“Arthur,” zei ze. “Wat een verrassing.”
“Waar is mijn dochter?”
“Ze rust uit.”
“Waarom klinkt niemand hier alsof dat waar is?”
Victoria kruiste haar armen.
“Emily is emotioneel. Ze heeft een scène gemaakt.”
“Dan laat je me met haar praten.”
“Dat lijkt ons geen goed idee.”
Ons.
Niet haar.
Niet Emily.
Ons.
Arthur keek langs hen heen naar het huis.
Hij zag beweging op de bovenverdieping.
Een schaduw achter een gordijn.
Heel even.
Toen verdween die weer.
Zijn hart sloeg sneller.
“Emily.”
Victoria’s glimlach verstijfde.
“Ze wil niemand spreken.”
“Laat haar dat zelf zeggen.”
Ryan zette de knuppel rechtop op de veranda.
“Je luistert niet.”
“Dat klopt.”
Arthur haalde zijn telefoon uit zijn zak.
“Emily heeft mij gebeld. Zij vroeg om hulp.”
Victoria’s gezicht veranderde.
Slechts een fractie van een seconde.
Maar Arthur zag het.
En dat was genoeg.
“Wat heeft ze jullie verteld?” vroeg Victoria.
“Nog niets.”
“Dan weet je niet wat hier speelt.”
Arthur keek haar recht aan.
“Ik weet dat een volwassen vrouw niet om hulp belt alsof ze doodsbang is zonder reden.”
Niemand antwoordde.
De stilte werd steeds ongemakkelijker.
Toen gebeurde er iets onverwachts.
Een zijdeur van het huis vloog open.
Een jonge huishoudster kwam haastig naar buiten.
Ze keek zenuwachtig van Victoria naar Arthur.
“Mevrouw Emily wil haar vader spreken.”
Victoria draaide zich onmiddellijk om.
“Ga terug naar binnen.”
Maar de vrouw slikte.
“Ze zei dat ik het moest zeggen.”
Ryan vloekte zacht.
Arthur zette meteen een stap richting de deur.
Ryan blokkeerde hem.
Dat was een vergissing.
Arthur deed niets agressiefs.
Hij keek alleen naar de knuppel.
Toen naar Ryan.
Toen weer naar de knuppel.
Ryan liet zijn blik zakken.
Heel even.
En precies op dat moment stapte Arthur langs hem heen.
Zonder duwen.
Zonder schreeuwen.
Gewoon met de onwrikbare vastberadenheid van een vader.
Binnen rook het huis naar dure parfums en meubelwas.
Maar onder die geuren hing spanning.
Zware spanning.
De huishoudster wees naar boven.
“Laatste deur links.”
Arthur liep de trap op.
Achter hem hoorde hij Victoria protesteren.
Maar niemand hield hem tegen.
Hij bereikte de deur.
Klopte één keer.
En hoorde onmiddellijk Emily’s stem.
“Papa?”
Zijn hart brak.
“Ik ben hier.”
De deur ging open.