De geur was het eerste wat me deed stoppen.
Het was geen chemische geur of iets gevaarlijks, maar eerder een mengeling van hout, verf en iets metaalachtigs. Toch voelde het vreemd omdat de garage altijd naar stof en oude gereedschappen had geroken.
Mijn broer Mark keek me aan.
“Alles oké?” fluisterde hij.
Ik knikte, al voelde mijn hart alsof het tegen mijn ribben sloeg.
We deden de deur verder open.
Wat ik zag, maakte me sprakeloos.
De hele garage was veranderd.
Waar vroeger dozen, fietsen en oude planken stonden, stond nu een grote werkruimte vol tafels, lampen en gereedschap. De muren waren bedekt met schetsen, plannen en foto’s. Sommige waren netjes opgehangen, andere met tape vastgezet.
In het midden van de ruimte stond een grote houten tafel.
En daarop… lagen tientallen kleine objecten.
Ik liep langzaam dichterbij.
Het waren… speelgoedauto’s.
Maar niet zomaar speelgoedauto’s. Ze waren met ongelooflijke precisie geschilderd. Sommige waren exact nagemaakte klassieke modellen. Andere waren fantasierijke ontwerpen met felle kleuren en kleine details.
Mark floot zacht.
“Wow,” zei hij. “Je man heeft duidelijk talent.”
Maar mijn aandacht werd getrokken door iets anders.
Aan de muur hing een groot bord met foto’s.
Foto’s van… ons.
Van mij. Van de kinderen. Van verjaardagen. Van vakanties. Van gewone momenten in de tuin.
Onder elke foto stonden kleine notities geschreven.
Ik voelde een knoop in mijn maag.
“Mark…” zei ik zacht.
Hij kwam naast me staan.
“Wat denk je dat dit is?”
Ik las een van de notities.
“Project Herinnering – fase 3.”
Ik draaide me om en keek weer naar de werktafel.