Harper schudde opnieuw haar hoofd, maar deze keer trilden haar lippen harder dan voorheen.
“Ik mag niets zeggen,” fluisterde ze.
Ethan voelde zijn maag samentrekken.
“Wie heeft dat gezegd, Harper?”
Ze keek naar de vloer, alsof het hout van de kamer haar kon beschermen tegen het antwoord.
“Mama zegt dat ik problemen krijg als ik dingen zeg.”
Ethan bleef even stil zitten. Hij wilde haar niet dwingen, maar hij wist ook dat dit geen gewoon kinderpraatje was.
Hij ging iets dichterbij zitten.
“Luister naar me,” zei hij zacht. “Je zit niet in de problemen. Wat je ook zegt, ik ga niet boos worden. Je bent veilig bij mij.”
Dat woord — veilig — leek iets in haar los te maken.
Haar ogen werden glanzend.
Toen kwam het eruit, bijna in één adem.
“Als ik lawaai maak of dingen verkeerd doe, wordt hij boos.”
Ethan verstijfde.