Mijn handen trilden terwijl ik de vergeelde documenten uit de lade haalde.
Er lagen tientallen enveloppen, oude foto’s en een dik notitieboek met de naam van mijn grootvader op de voorkant.
Even aarzelde ik.
Mijn hele leven had ik geloofd dat ik wist wat er met mijn ouders was gebeurd. Een tragische brand. Een verschrikkelijk ongeluk.
Maar nu voelde het alsof alles wat ik dacht te weten op losse schroeven stond.
Ik opende het notitieboek.
Op de eerste pagina stond een datum.
De datum van de brand.
Daaronder had mijn grootvader met trillende hand geschreven:
“Als mijn kleinkinderen dit ooit lezen, betekent het dat ik er niet meer ben. Het is tijd dat de waarheid bekend wordt.”
Mijn hart sloeg een slag over.
Ik las verder.
Volgens zijn aantekeningen was de brand nooit als verdacht beschouwd. De politie had geconcludeerd dat een defect elektrisch systeem de oorzaak was geweest.
Maar mijn grootvader geloofde dat niet.
In de weken na het incident had hij meerdere vreemde details ontdekt.
Buren hadden bijvoorbeeld verteld dat ze kort voor de brand onbekende mensen rond het vakantiehuis hadden gezien.
Daarnaast bleek dat belangrijke documenten van mijn vader verdwenen waren.
Mijn vader werkte destijds als financieel adviseur voor een groot bedrijf. Kort voor zijn dood had hij volgens mijn grootvader ontdekt dat er onregelmatigheden waren binnen het bedrijf.
Geen misdaadverhaal zoals in films, maar wel zaken die volgens hem onderzocht moesten worden.
Mijn vader had hierover aantekeningen gemaakt.
En die aantekeningen waren na de brand spoorloos verdwenen.
Ik voelde kippenvel over mijn armen trekken.
Was dat de reden waarom mijn grootvader nooit over die dag wilde praten?
Ik pakte een andere envelop.